dinsdag 23 september 2014

men is/ ikzelf


"Je". De lyrisch toegesprokene in de poëzie van Komrij die blijkbaar geen 'ik' wil zeggen: "Je denkt niet graag terug aan kinderjaren." Alle Nederlandse voetballers sinds Johan Cruijff wanneer ze na afloop van de wedstrijd worden geïnterviewd. Kouwenaars 'men'.
 
Wat er aan de hand is, leert misschien een reeks onderzoeken van Amerikaanse psychologen waarover gerapporteerd werd in het februarinummer van het Journal of Personality and Social Psychology. In de NRC van 31 januari maakte wetenschapsredacteur Ellen de Bruin melding van hun bevindingen en sindsdien zwerft er een knipsel over mijn werktafel. Een ongewoon lange titel: "Praten tegen jezelf is prima, maar nooit in de ik-vorm" en een vakkundige lead: "Praten over jezelf als 'je' of 'zij' schept afstand. Dat maakt het makkelijker om om te gaan met irrationele gedachten" geven samen een aardige indruk van wat de dames en heren psychologen zoal hebben geconcludeerd.
 
Het gaat om het verschijnsel self-distancing. Onderzoek naar taalgebruik van dichters die zelfmoord pleegden had al eerder geleerd dat het ertoe doet: in hun gedichten komt het woordje 'ik' veel vaker voor. Wie neerslachtig is, kan blijkbaar geen afstand nemen van zichzelf. Proefpersonen kregen de opdracht om in de eerste of in de tweede persoon tegen zichzelf te praten en moesten vervolgens een lastige taak uitvoeren. De proefpersonen uit de tweede groep bleken daarbij minder nerveus en somber te zijn en staken volgens toeschouwers en toehoorders aanzienlijk betere speeches af. Cognitief therapeuten kunnen nu weten wat van hen verwacht wordt: ze moeten hun tobberige patiënten om te beginnen het gebruik van de eerste persoon afleren. 
 
Zo samengevat klinkt het - we zijn in het domein van de sociale psychologie - als Stapelwetenschap met glanzende Stapelresultaten die nog een praktische toepassing krijgen ook. Het is misschien wat al te sceptisch. Op het moment dat ik dit schrijf, zie ik vanuit een ooghoek de samenvattingen van Studio Sport. Het zou zomaar eens kunnen zijn dat het verschil tussen  

a) Ik krijg een kans voor open doel en ik schiet de bal toch op de paal 

en  

b) Je krijgt een kans voor open doel en je schiet de bal toch op de paal

inderdaad voornamelijk berust op een verschil in attitude. Wie zichzelf op deze manier in de tweede persoon toespreekt, lijkt laconiek zijn schouders op te halen. Wie dat doet in de eerste persoon, lijkt als spits niet ver verwijderd van een existentiële crisis.

Hoe zit het bij dichters? Bij Komrij, de kampioen van het lyrisch 'je' die een keuze uit zijn poëzie uitbracht onder de titel Alles onecht en daarmee de self-distancing tot het uiterste leek op te voeren? Bij Kouwenaar, die graag wilde dat zijn gedicht “als een ding” werd en daarmee een autonomieopvatting vertegenwoordigde die door sommige moderne neerlandici als wereldvreemd wordt gezien? Wat doen we eigenlijk als we op een heel specifieke manier afstand nemen van onszelf en naar kunst kijken of lezen? “men is/ ikzelf” zijn woorden van Kouwenaar uit een gedicht dat hij in 1990 schreef voor een bijzondere gelegenheid en dat een neerslag lijkt te vormen van dit soort kwesties. 
 
 
Wordt vervolgd
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen