woensdag 26 december 2012

Laatste gedicht (3)

Exemplarische of existentiële anekdoten die soms aan chassidische vertellingen deden denken, het objectiverende van Chinese landschapspoëzie, de inwisselbaarheid van levens in Het leven van, het personage Ghalib in Wijnbergs voorlaatste bundel Divan van Ghalib – na alle onpersoonlijkheid was niet alleen het persoonlijk voornaamwoord in Als ik als eerste aankom een verrassing. Ik loop langs mijn boekenkast en zie Wat ik mijzelf graag voorhoud van Lieke Marsman en Ben jij het, ik? van Kees Ouwens. Ook nog Koplands Toen ik dit zag, een dun bundeltje. Dat roemruchte lyrisch subject: het houdt zich blijkbaar graag schuil.

Niet alleen een persoonlijk voornaamwoord staart ons aan op de omslag van Als ik als eerste aankom; dat doet ook de dichter zelf. Een modern statieportret: we zien een late veertiger, goedgekapt en met een lichtpaars poloshirt van Hugo Boss. Hier is een dichter die zich niet laat reduceren tot een paspoortfotootje op de achterkaft. Zo blanco als Het leven van was, zo levensecht presenteert de dichter zich nu. Tot in de details verantwoord – zo’n foto waarop de bas-bariton een zwierige handtekening zet voor zijn vrouwelijke fans. Als het om poëzie gaat, ken ik niet veel meer dan de schimmige zwart-witportretten van zeer dode dichters op de omslag van hun Collected Poems en Ilja Pfeijffers frontal nudity.

Frontal of niet – wie of wat is een schrijver of een dichter? Daar had Gerrit Krol een antwoord op:

Wie schrijft, beschrijft zichzelf. En dat doet hij beter naarmate hij verder doordringt tot de kern van zijn persoonlijkheid en deze blootlegt – voor anderen. Dit proces gaat met schaamte gepaard, bij de schrijver, maar zo mogelijk nog meer bij de lezer en het is terwille van deze lezer dat hij, de schrijver, spiegels gebruikt, meer nog dan voor zichzelf. Je toont het ene, maar je bedoelt het andere.
        Dát is het wat, in je vertoning, je techniek uitmaakt. In de letteren heet dat stijl. Schaamte, die overwonnen wordt door stijl. Als je wilt weten wat ‘literatuur’ nu precies inhoudt, is dat misschien een goede, want eenvoudige definitie.

De twee alinea’s komen uit De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels – de bundeling van Krols prachtige stukjes over het schrijven en het schrijverschap die in 1979 en 1980 verschenen op de Achterpagina van NRC Handelsblad. Ze vatten – op pagina 68 - het boekje perfect samen; de cursivering is van Krol.

Dertien bundels lang, ik schreef het eerder, nam de dichter Wijnberg schijngestalten aan en leek hij te streven naar anonimiteit. Hij ensceneerde een vertoning; om iets essentieels tot uitdrukking te brengen, leek hij een spel te spelen met wat Krol ‘spiegels’ noemt. Dat spel lijkt hij in Als ik als eerste aankom achter zich te laten. Wie de bundel in de winkel ziet liggen, wordt geconfronteerd met een individu dat zich ‘ik’ noemt en ons stijlvol aankijkt. En dat niet alleen - wie Vrij Nederland leest, werd begin september geconfronteerd met een interview vol human interest. ’s Dichters jeugd, zijn roeping tot het kunstenaarschap, zijn echtgenote, zijn maatschappelijke loopbaan – het kwam allemaal aan de orde. Niet minder dan drie pagina’s tekst, bijna anderhalve pagina foto. Eén foto is paginagroot en toont een ontspannen opgerolde dichter in een tuinstoel. Ontspannen, maar in een modieuze krijtstreep. Modieus, maar blootsvoets. De blote voeten knallen de Vrij Nederland-lezer in het gezicht - Wijnbergs variant van frontal nudity. De authentieke mens als constructie. Overigens: de bijna vijf pagina’s die Vrij Nederland voor de dichter inruimt, zijn niet voldoende om ook maar één versregel van hem te citeren – zelfs niet uit dit vrij eenvoudige gedicht.

Wat is een dichter? Een dichter verschuilt zich en onthult zich in één beweging. In het interview gaat Wijnberg in op de ontoegankelijkheid van zijn werk en blijkt hij ook als dichter maatschappelijke ambities te koesteren: hij wil Nasr opvolgen als Dichter des Vaderlands. In dichterskringen werd wat lacherig gereageerd op deze en andere uitspraken. Als ik me niet vergis, is Als ik als eerste aankom minder welwillend ontvangen dan Wijnbergs vorige bundels. Tussen dat alles bestaat misschien een verband.
 
(maandag gepubliceerd op Neder-L)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen