donderdag 15 november 2012

Sociaal


Steek ik mijn neus buiten de deur dan begint iedereen, echt waar, over de biografie van Reve. De vanzelfsprekendheid waarmee het particuliere publiek bezit wordt. Het soortelijk gewicht van Gerard en Joop. Gefragmenteerde intellectuele wereld creëert zijn gesprek bij de koffieautomaat. Het angstaanjagende geroddel bij de dorpskapper dat ik me, echt waar, herinner als de dag van gisteren.

Boer zoekt vrouw of Kroniek van een schuldig leven. Er zal een variatie zijn in de opleidingsniveaus. In zekere straten van Oud-Zuid wat meer van het een; in zekere straten van Amsterdam-Noord wat meer van het ander.

Het ironische is dat het allemaal begonnen lijkt te zijn met Op weg naar het einde en Nader tot u. Ik herinner me een interview met Simon Vestdijk waarin hij zich vol onbegrip uitliet over Reves ‘zendbrieven’ en zijn indiscreties. Zie de twee mannen en je ziet een waterscheiding: tussen, hoewel het zich allemaal in de jaren zestig afspeelt, een vooroorlogse habitus en een naoorlogse. Vestdijk, de grote bewonderaar van Proust en de auteur van de Anton Wachter-reeks, leest twee boeken van Reve en begrijpt niet dat hier iemand een vorm zoekt voor de verwoording van de manier waarop hij de wereld ervaart.

De biograaf van Hermans die op de televisie verschijnt om ons triomfantelijk mee te delen dat zekere obsessies – nee, pardon: Hermans’ hele thematiek is terug te voeren op het autobiografische. Hermans identificeerde zich als baardeloze jongeman met een superieure zus die in het niets verdween. Osewoudt en Dorbeck. Of Alfred en Arne. Aan het lijstje kunnen, geloof ik, enige namen worden toegevoegd.

Dorpsstraat, Ons Dorp. Een maatschappij creëert een vorm van sociale cohesie door het gedrag van iedereen die erbij wil horen te interpreteren en te beoordelen. Geroddel is onontbeerlijk voor de groep. Geroddel sticht de groep. Wat is geroddel anders dan het vertellen van verhalen over onszelf en anderen? We komen zomaar bij eh.. de sociale functie van literatuur.

Alle elfjarigen kwamen bij die kapper vandaan met hetzelfde bloempotkapsel. Ik geloof dat er ergens iets niet klopt.


(maandag gepubliceerd op Neder-L)


Naar aanleiding van deze reactie schreef ik nog:

Wat ik bepleit, is een ouderwetse ergocentrische benadering. Al dat gecontextualiseer, of het nu op Bourdieu geïnspireerd institutionalisme is of modern biografisme, interesseert me niet of nauwelijks. In de praktijk betekent het nogal eens dat wat vreemd of bijzonder is, wordt ingepast in hapklare interpretatiekaders. Monkelen om buitenissige types. De Nederlandse literatuurgeschiedenis – was getekend: Hildebrand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen