maandag 9 juli 2012

Literatuur (III)


Niet behorend tot het wonderdomein van de literatuur. Objectief. Zo min als literaire thrillers - even objectief. Onzin natuurlijk. Of een boek tot het wonderdomein wordt toegelaten, is de uitkomst van een proces waarbij termen als objectief en subjectief passen als hagelslag in een zwevende Sojoez-capsule. Maar een boek als Het bloed in onze aderen – misschien zou het een jaar of tien geleden zijn uitgegeven door een uitgeverij als Prometheus. Dat de kritiek de verteltechnische gebreken had laten passeren, kan ik me nauwelijks voorstellen. Dat een jury het boek nomineert voor een literaire prijs – je zou van een andere planeet hebben moeten komen om dat te bedenken.

Het betekent dat er iets is veranderd. Uitgeverijen, jury’s en kritiek worden voor een groot gedeelte beheerst door mijn generatiegenoten. Hebben zij het afgelopen decennium een nieuw normenstelsel ontwikkeld? Beleven we een merkwaardige uitzonderingssituatie die ertoe leidt dat formele kwaliteiten van ondergeschikt belang zijn geworden? Hoe minimaal mogen die formele kwaliteiten zijn?

Als ik die vragen probeer te beantwoorden, word ik geconfronteerd met een lastig probleem. Er is iemand met een zuiver literair oordeel. Dat ben ik. Om die zuiverheid in stand te houden, oordeel ik over het oordeel van anderen - ik plaats het in een kader en interpreteer het. Vanuit de hemelhoogheid van mijn kader bestempel ik andermans oordeel als niet serieus - als niet-authentiek zelfs. Een psychiater die een echtelijke ruzie probeert te beslechten met zijn theorieën; een politicoloog met een stemadvies. Erg sympathiek is het allemaal niet.

Maar er zijn die beroemde Gestaltpsychologische plaatjes. Je ziet de eend of het konijn, de toverkol of de jonge vrouw. Wie de ene afbeelding ziet, ziet de andere pas als iemand hem op die mogelijkheid wijst. Vervolgens kun je tot in lengte van dagen schakelen tussen twee perspectieven. Ik las Het bloed in onze aderen en vond het niet alleen maar een matig boek. Dat ik een boek matig vind, komt vaker voor. Ik snap wat anderen erin zien en neem kwaliteiten waar die ik eerder heb aangetroffen in die oneindige verzameling boeken waarvan ik heb geleerd dat ik ze tot de literatuur kan rekenen. Zelf heb ik nauwelijks last van respons, maar ik snap iets.

Ik lees Het bloed in onze aderen en herken een matige thriller en een historische roman van het soort dat in dikke stapels op een andere afdeling ligt. Het wordt tijd dat ik iets ga concluderen.


(vorige week dinsdag gepubliceerd op Neder-L)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen